Chavin de Huantar

Het archeologische monument Chavín de Huántar werd honderd jaar geleden ontdekt en heeft nog veel te bieden. Deze ceremoniële tempel, uitgeroepen tot cultureel erfgoed van de mensheid door de UNESCO in 1985, werd (her)ontdekt in 1919 door de antropoloog Julio C. Tello en onderscheidt zich door zijn verfijnde architectuur, bouwkunde en beeldhouwkunst.


Chavin de Huantar werd gebouwd en was bewoond tussen 1.500 en 300 v. Chr. Het heeft een complex netwerk van paden en ondergrondse stenen galerijen die worden verlicht door licht dat binnenkomt via lichtkokers. 


In Chavin de Huantar kan men de Lanzon zien. De Lanzón is de oppergod van Chavín cultuur en hij wordt vertegenwoordigd door een grote granieten steen van 4.53 meter groot. Deze god die Julio Tello ‘Lanzon’ noemde vanwege de granieten steen in de vorm van een speer (“lanza” in het Spaans), vertegenwoordigt een rechtopstaande antropomorfe godheid met sabeltanden zoals bij katachtigen. Ook het gezicht is katachtig. De armen, benen, oren en alle vijf vingers zijn menselijk. De tenen en handen eindigen in klauwen. De wenkbrauwen en haren gaan over naar de vorm van slangen. Twee grote oorbellen hangen uit zijn oren. Het is een indrukwekkend staaltje beeldhouwkunst.
Chavin de Huantar is een verrassende plek, maar het potentieel is groter omdat men tot op heden nog maar slechts 15 procent van de archeologische overblijfselen heeft kunnen ontdekken.